Groen is het nieuwe zwart – Wijn & duurzaamheid (1/3)

De meest recente D6 onderzoekspaper ging over duurzaamheid in wijn, zowel wat milieu, economie als sociale aspecten betreft. Onderwerpen die me nauw aan het hart liggen en verdienen om kritisch bekeken te worden. Hoe behouden we onze huidige levensstandaard zonder die van toekomstige generaties te hypothekeren?

Duurzaamheid is hip, en een drijfveer voor nieuwe processen, producten en technologieën. Maar we vergeten soms dat deze ‘oplossingen’ zelf ook energie en materialen vereisen om tot stand te komen: van menselijke tijd en aandacht tot elektriciteit, grondstoffen, chemicaliën en water voor productie en schoonmaakoperaties. Daarbij komt dat nieuwe technologieën vaak oudere installaties overbodig maken, waardoor perfect werkende hardware weggegooid wordt om als afval te belanden op stortplaatsen of in verbrandingsinstallaties.

Voor een echt duurzame wijnsector moeten we onze beslissingen bijgevolg baseren op onafhankelijk onderzoek en meetbare data. Goeie bedoelingen en een feelgoodfactor zijn belangrijke motivatoren en mogen we daarom niet negeren. Maar effectieve acties moeten voortkomen uit degelijke analyse, rekening houdend met de volledige levenscyclus en energiebalans van een product.

De eerste D6-vraag ging over water en energieverbruik in de wijnmakerij. Landbouw, inclusief wijnbouw, is nl. wereldwijd de grootste waterverbruiker, verantwoordelijk voor 69% van de totale waterconsumptie. Om een ton druiven te produceren en om te zetten tot wijn, is gemiddeld 870.000 liter nodig. Ook wordt 3000 tot 4000 liter afvalwater gegenereerd, vooral door spoeloperaties tijdens ontvangst, persen en vergisten van druiven, en voor de reiniging van flessen en materiaal. Wijn maken is eveneens energie-intensief, met verwarming, koeling, ventilatie, licht, perslucht en procesenergie als grootste boosdoeners.

Omdat wijndomeinen sterk verschillen in grootte, ligging, ethiek en middelen, is er geen oplossing die past voor allemaal. Elk bedrijf moet daarom evalueren wat voor hen werkt, gebaseerd op een langetermijnstrategie en een geïntegreerde aanpak rond propere productie. Dit begint met het meten van water- en energieverbruik, om te identificeren waar pieken voorkomen en waar lekken en verspilling kunnen aangepakt worden.

Water

Sustainable Winegrowing New Zealand, bijvoorbeeld, richt zich reeds jaren op waterbesparing. 92% van hun leden meten en registreren ondertussen hun waterverbruik, en 71% hebben lekdetectiemaatregelen ingevoerd.

Analyse van deze data onthult het ‘laaghangend fruit’: goedkope en makkelijke oplossingen die een verschil maken, zowel in grote als kleine wijndomeinen. Zo begon ’s werelds grootste wijnconglomeraat, E. & J. Gallo, met het meten van het debiet van hun waterslangen, wat geleid heeft tot het overschakelen op waterbesparende mondstukken. Daarnaast betrekken ze medewerkers via ‘waterwandelingen’, die het bewustzijn rond waterverbruik verhogen en verbeteringen inspireren. Zo wordt er nu vooral gereinigd met hogedruk en stoom, worden vaten voorgespoeld met gebruikt water, en zorgen roosters op afvalputjes ervoor dat druivenrestanten de pijpen niet verstoppen.

Andere maatregelen vragen grotere investeringen, zoals regenwaterputten, bottellijnen met UV-licht of waterzuiveringsinstallaties, maar ook allerhande individuele, creatieve oplossingen. In Californië bijvoorbeeld bouwden O’Neill Vintners and Distillers een installatie waar inheemse wormensoorten afvalwater omvormen tot een milieuvriendelijke bodemverbeteraar; terwijl Cakebread Cellars koos voor een parking met doorlaatbare bestrating, droogteminnende inheemse planten en infiltratiekanalen voor stormwater.

Interessant is ook dat waterbesparing het energieverbruik verlaagt, omwille van de hoge kosten van watertransport, -verwarming en -behandeling.

Energie

Voor duurzamer energieverbruik kunnen wijndomeinen zich enerzijds richten op energiebesparing en anderzijds op hernieuwbare energieën. Ook hier wordt aangeraden om eerst het verbruik in kaart te brengen en ‘laaghangend fruit’-maatregelen te implementeren vooraleer te investeren in dure oplossingen.

Zo tonen studies in kantoorgebouwen energiebesparingen tot 41% door het gebruik van zonwering, juiste thermostaatinstellingen en het uitschakelen van lichten en apparatuur bij afwezigheid. Daarbovenop kan energiekost ingerekend worden bij reizen en transport, en bij de selectie van marketingmaterialen.

Wijnmakers kunnen ook voorkeur geven aan milieuvriendelijke verpakking, zoals gerecycleerde wijndozen of lichtere flessen, die energie besparen in productie en/of transport. De levenscyclus-impact van bag-in-box, blikjes, wijn-van-het-vat en recent zelfs wijnflessen uit gerecycleerd karton, is ook aanzienlijk lager dan die van glas.

Voor energiemanagement in gebouwen bevelen experts een overkoepelende aanpak aan, met als pijlers energie-efficiënt passief bouwen, isolatie, koeling, hernieuwbare energie en – nog steeds een pijnpunt: energieopslag. Opties zijn afhankelijk van de omgeving, grootte en beschikbare middelen van het domein. Om enkele voorbeelden te noemen:

  • gebruik van natuurlijke grotten, bestaande kelders of ondergrondse constructies. Zoals de chai furtiff van Smith Haut Lafitte in Pessac-Léognan, die functioneert zonder elektrische koeling;
  • Asti in Cloverdale spaart jaarlijks 1.6 miljoen kWh door gebruik van daglicht, energie-efficiënte verlichting met bewegingssensoren, isolatie van 93 wijntanks en variabele snelheidsaandrijvingen (VSD) op compressoren en ventilatoren;
  • In het hete, droge Paso Robles bespaart J. Lohr grote hoeveelheden energie door de installatie van twee snelle rolpoorten. Voordien bleven deuren overdag openstaan voor toegankelijkheid;
  • een nieuw onderzoek uit Nieuw Zeeland toont aan dat pulskoeling, waarbij koelvloeistof voor tanks in intervallen rondgepompt wordt, tot 70% minder energie verbruikt.

Voor hun overblijvende energienoden kunnen wijnbedrijven de voorkeur geven aan hernieuwbare bronnen. Maar om echt duurzaam te zijn moeten hierbij de volledige materiële, milieu- en energiekosten van het opwekken en transporteren van energie ingerekend worden, zonder de milieukost naar productielanden of toekomstige generaties door te schuiven.

Ondanks bezorgdheid rond visuele aspecten, impact op fauna en microklimaten, is windenergie één van de properste bronnen. Je vindt turbines in verschillende maten, geschikt voor diverse toepassingen, maar locatie is essentieel voor optimaal rendement: open vlaktes, watermassa’s, heuveltoppen en openingen tussen bergen.

Ook zonne- en fotovoltaïsche panelen zijn doorgaans geschikt voor wijndomeinen, meestal gelegen in gebieden met gemiddelde tot hoge zonnestraling. Bovendien is het energieverbruik het grootst in perioden wanneer ook de straling hoger is. Maar zonne-energie is periodiek en wordt daarom vaak aangevuld met andere technologieën. Zo combineren Trinchero Family Estates en Stone Edge Farm in Napa en Sonoma zonne-energie met brandstofcellen: elektrochemische energieconvertoren die onder meer werken op waterstof. Salcheto in Montepulciano bijvoorbeeld combineert fotovoltaïsche met geothermische en biomassa-installaties. Deze laatste technologie, waarbij steeltjes, pulp en droesem omgezet worden naar biobrandstof, kunnen tegelijk de afvalproblematiek verminderen.

Niet alle bovenstaande maatregelen zijn haalbaar – noch wenselijk – voor iedereen. Maar elk bedrijf kan duurzaamheid in rekening brengen bij de keuze van leveranciers en diensten.


Wordt vervolgd in deel 2.
Dit artikel is gebaseerd op de D6 onderzoekspaper die Kristel indiende in juli 2022. Haar (Engelstalige) paper kan je hier terugvinden. Kristel behaalde een “pass with distinction“wat zeldzaam is voor een D6 paper in de WSET Diploma cursus.